WAAROM ADEMEN WE?
Voor onze gezondheid, onze levenskracht, onze energie, onze weerstand tegen
ziekten, kortom voor ons welzijn, ons goed voelen
LUCHT is niet nodig om te leven. LUCHT is leven.
(Terug naar de homepage)
Longen
Longen zijn organen waarin gaswisseling plaatsvindt tussen lucht en bloed ten
behoeve van het metabolisme. Per minuut haalt een volwassen mens ongeveer
twaalf tot zestien keer adem. Per dag passeert zo'n 10.000 liter lucht onze
luchtwegen, op weg naar de longen. In een gemiddeld mensenleven vullen de
longen zich zo'n 500 miljoen keer, waar veel mensen nooit bij stil staan.
(Terug naar de homepage)
Zuurstof
Door te ademen krijgen we zuurstof binnen, een gas dat onmisbaar is voor hogere
levensvormen. We hebben het nodig voor de verbranding van ons voedsel, waarbij
energie vrijkomt voor een groot aantal processen in ons lichaam. De ingeademde
lucht stroomt via de luchtpijp of trachea die zich splitst in twee bronchiën, die haar
verder voeren in een systeem van steeds meer, maar steeds fijner vertakte pijpjes,
tot ze uiteindelijk terechtkomt in de zeer kleine longtrechtertjes. De wanden
daarvan zijn uitgestulpt tot longblaasjes, alveolen. Deze worden omgeven door
een netwerk van uiterst fijne bloedvaatjes, veel dunner dan een haar. De zuurstof in
de blaasjes passeert onder invloed van de concentratiegradiënt een heel dun vlies
(membraan) en komt zo in het bloed. Daar wordt de zuurstof voor het grootste deel
aan hemoglobine gebonden.
(Terug naar de homepage)
Dubbel proces
De longen vullen, samen met het hart, bijna de gehele borstholte(thorax). Op het
eerste gezicht zijn het twee sponsachtige organen, maar wie dit fijnvertakte stelsel
nauwkeuriger bekijkt, krijgt een beeld voor zich van een omgekeerde boom met
een eindeloos aantal takken en takjes, die uitlopen in heel fijne blaasjes. Het
aantal blaasjes wordt geschat op 700 miljoen. De totale
gaswisselings-oppervlakte van de longen wordt geschat op 100 vierkante meter.
Ter vergelijking: dit is ongeveer even groot als het vloeroppervlak van een
driekamerwoning. Via die longblaasjes wordt de zuurstof dus in ons bloed
opgenomen. Bij de langzame inwendige verbranding van voedsel door zuurstof
ontstaat naast water en een aantal andere afvalstoffen ook een gasvormig
afbraakproduct: koolzuurgas of kooldioxide. Dit gaat met het bloed terug naar de
longen en wordt uit het bloed weer afgegeven aan het gasmengsel in de
longblaasjes en daarna uitgeademd. De uitwisseling van zuurstof en koolzuurgas
tijdens het in- en uitademen noemen we de gaswisseling.
(Terug naar de homepage)
Ademen met je hersens
Bij rustige ademhaling wordt de borstholte vergroot: de ribben worden naar voren
en omhoog getrokken. Het middenrif wordt minder bol. Door die verruimende
beweging wordt ongeveer een halve liter lucht naar binnen gezogen. Wanneer we
ons flink inspannen, zoals bij het hardlopen, gaan we sneller en dieper
ademhalen. De hoeveelheid lucht die we dan met één diepe teug naar binnen
krijgen, kan wel tot vier liter stijgen. Als de spieren dan weer verslappen, veert de
borstkas weer terug in haar oorspronkelijke stand en krimpt de long in elkaar: de
lucht wordt uitgeademd. Inademing is een actief proces, uitademing volgt (bij
rustige ademhaling) door de terugverende kracht van de thorax en de long zelf. Niet
àlle lucht kan worden uitgeademd: zelfs na een krachtige uitademing blijft er altijd
lucht in de longen achter, ongeveer 1,5 liter (het eind-expiratoir volume).
Ademhalen gaat normaal gesproken vanzelf, we hoeven nooit te denken: ik moet
ademhalen. Ook 's nachts gaat het proces gewoon door. (Er bestaat een
aandoening waarbij dit niet het geval is: Ondine's vloek.) Anders dan bij de
hartslag kunnen we de ademhaling echter wel bewust een poos onderdrukken of
extra ademhalen. In de hersenen bevindt zich een speciaal gebiedje, het
ademhalingscentrum dat zowel de zuurstofconcentratie als de
koolzuurconcentratie meet en de ademhalingsspieren tot actie aanzet. Als die
ademhaling door ziekte bemoeilijkt is, ontstaat een benauwdheidsgvoel. Er komt
dan een extra aantal hulpspieren in actie. Om de werking van die spieren te
vergemakkelijken, ziet men benauwde mensen dikwijls rechtop in bed zitten
(orthopneu). Buiten adem raakt men als het tempo van in- en uitademing niet is
aangepast aan de inspanning.
In de meeste gevallen passen onze
ademhalingsorganen zich vanzelf aan, maar voor sommige activiteiten (zingen
bijvoorbeeld) is een aparte ademhalingstechniek nodig.
De longen zijn goed
beschermd. In de luchtwegen (neus en keelholte, strottehoofd en luchtpijp) wordt
de ingeademde lucht gezuiverd van grotere stofdeeltjes, voorverwarmd en vochtig
gemaakt. Koude winterlucht is al op temperatuur (30 graden Celsius) voor zij de
longen bereikt. Voor het schoonhouden van de luchtwegen dient een uitgebreid
slijmtransportsysteem van heel fijne haartjes (trilharen) op het slijmvlies van de
luchtpijp en de bronchiën. Die transporteren neergeslagen deeltjes weer naar de
uitgang waar ze door hoesten uit de luchtwegen worden verwijderd.
(Terug naar de homepage)
Hoesten
Speciale cellen produceren bovendien slijm. Dat slijm wordt dan opgehoest en
verdwijnt daardoor uit de gevoelige luchtwegen. Een chronische hoest duidt er
soms op dat dit beveiligingssysteem te zwaar wordt belast. Dat geldt niet alleen bij
een stevige verkoudheid. Zware rokers krijgen zoveel verontreiniging binnen dat ze
constant hoesten (vooral 's morgens). Longkanker mag dan de meest
dramatische ziekte zijn die zich in langdurig geprikkeld en beschadigd longweefsel
kan ontwikkelen - ook chronische bronchitis en longemfyseem (een aandoening
waarbij het oppervlak van de longblaasjes kleiner wordt) zijn zeer ernstige
aandoeningen.
Het roken van tabak is ongetwijfeld de meest schadelijke gewoonte voor de
longen. De rook van Cannabis (hasjies en marihuana) is overigens nog
schadelijker omdat hij meer teerbestanddelen bevat, maar sigaretten worden in
grotere aantallen en door een veel groter deel van de bevolking gerookt.
(Terug naar de homepage)
Met dank aan onze inspiratiebron voor deze wetenschappelijke en neutrale uitleg: